Amen…
Mattheus 22 vers 37-39: “Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.”
Vorige week schreef ik over de ontkerkelijking in Frankrijk. Ik schreef in die vakantiecolumn: “Wij zijn waarschijnlijk iets meer met het geloof bezig dan de bewoners van dit Franse dorpje, maar we zijn zeker geen perfecte gelovigen!” Ik wil het nu eens over óns hebben.
Ik las over een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau: daaruit blijkt dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking, 68 procent, niet meer in (een) God gelooft. Een verdubbeling sinds eind jaren 70, dus in ruim veertig jaar!!
Maar dat geldt toch niet voor óns? Onze kerk zit elke week vol! Als ik over ‘onze eigen kerk’ spreek, zijn we apetrots op ‘onze goeie dominee’ en wij zijn toch ook wel een warme gemeente, hoor je altijd. Oei, oei, laten we alsjeblieft niet gezapig achterover gaan leunen, er gaan ook bij ons dingen mis, en er is er één die daarvan geniet!
In Alblasserdam mogen we niet klagen met zeventien kerkgenootschappen, of juist wel? Bijkomend minpuntje is dat hier ondanks het overweldigende aanbod nog steeds kerkscheuringen plaatsvinden! Hoezo ik wíl gelijk hebben? Is er dan bij al die gemeenten geen enkele waar je je thuis voelt? Moet het precíes zoals jíj het wil? Kunnen we ons niet beter afvragen wat Gód wil? Juist nu we in de minderheid zijn, moeten we de handen ineenslaan!
We moeten ons geloof meer uitdragen: laat héél de week zíen dat je iets bijzonders hebt: geloof in God! Laat zíen wat die twee eerste en grootste geboden inhouden: heb God lief en heb uw naasten lief. ‘Uw naasten’ zijn daarbij niet alleen geloofsgenoten: het gaat óók om mensen van een andere kerk en het gaat voorál om mensen die níet geloven!
Laat zien dat je naar de kerk gaat, bijvoorbeeld door je kleding: niet in een oude spijkerbroek! Zo wil je God toch niet ontmoeten? Je schaamt je toch niet dat je naar de kerk gaat? Ik bewonder de wat ‘zwaardere’ gereformeerden die duidelijk laten zien waar ze naartoe gaan. In dat tweede deel van ‘het grote gebod’ schieten zij misschien tekort: als je niet van onze kerk bent, dan…
Als we naar de kerk gaan begroeten wij altijd iedereen die we tegenkomen. Soms zie je vissers, joggers en honden-uitlaters denken: hé, die kerkmensen zeggen gedag. We groeten ook medegelovigen van andere kerken. Tegen één echtpaar zei ik eens: “Een goede dienst.” Nu wensen wij elkaar elke week een goede dienst toe! Prachtig toch? Denk niet: zij gaan naar de verkeerde kerk. Ik ken een dorp waar de kerken ooit op verschillende tijden begonnen omdat de kerkmensen elkaar anders tegenkwamen! Alsjeblieft zeg, wij zijn broeders en zusters in de Heere! Er wordt altijd over die paar verschillen gezeurd, nooit over alle overeenkomsten!
We moeten niet-gelovigen jaloers maken: wat hebben zij wat ik mis? Dan ontdekken ze misschien: ik mis hun geloof! Práát erover, maar niet te pas en te onpas, dat werkt averechts. Grijp wel je kans als je die krijgt!
Ik besluit met twee Bijbelteksten. Bij elkaar gezocht? Ja, maar het stáát er!
Markus 16 vers 15: “En Hij zei tegen hen: Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen.” Mattheüs 28 vers 20: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.”
Doen?
Amen!