Morgen…
Genesis1 vers 31: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.”
Tegen de voorgevel van ons vorige huis hadden we een vuurdoorn met een merelnest erin. Elke voorjaars- en zomerochtend zat ‘mijn’ vadermerel bij het allereerste ochtendkrieken in de ijle ochtendlucht op onze schoorsteen zijn wondermooie liedje te zingen. Ik ben een slechte slaper, hij maakte me meestal wakker, maar dat was een zegen: het dorp nog maagdelijk stil en bijna donker en maar één geluid: het serene gezang van mijn merel.
Ik was het bijna vergeten. Het schoot me weer te binnen toen ik een fotoalbumpje in mijn handen kreeg van een ander merelpaar dat zeven jaar geleden een nest gebouwd had in de bloembak vlak naast het keukenraam! Ons huishouden heeft een paar maanden stilgelegen, Sophie zat vaak met een camera voor dat raam: drie broedsels hebben een prachtig fotoboekje opgeleverd! Het is werkelijk ontroerend om te zien hoe zorgzaam de ouders met hun kroost bezig zijn, eerst de eieren, daarna de kale jongen en tenslotte de pas uitgevlogen blagen die nog steeds gevoed en beschermd worden door het toegewijde ouderpaar.
Technisch niet de beste maar wel het meest aangrijpend vind ik de foto die tijdens een hagelbui gemaakt is. Er lagen toen alleen nog eieren in het nest. Ik neem aan dat vogels normaal gesproken tijdens een hagelbui in of onder een boom beschutting zoeken. Maar niet onze aanstaande moeder: zij zat op het nest, haar snavel loodrecht omhoog om haar broze schedeltje voor het ergste te behoeden en haar vleugels gespreid over haar eieren…
Vanaf dit tafereel is het natuurlijk een kleine stap naar onze Verlosser, de Heere Jezus! Hij ving de symbolische hagelstenen voor ons op, nog voor wij geboren waren! Ik moet weer eens aan Psalm 139 denken. Die merel zorgde al voor haar kuikens toen hun vormeloze begin nog in de eieren zat. God was al voor onze geboorte met ons bezig: “Gij hebt mij in de schoot van mijn moeder geweven.” Ik dacht aan het scheppingsverhaal in Genesis 1. Dat wordt wel met een lied vergeleken, met een steeds terugkerend refrein: “En God zag dat het goed was.”
Als ik de tedere zorg en de onvermoeibare ijver van die merels zie…
En God zag dat het goed was…
Ik kan niet in de schaduw staan van die simpele beestjes! Toch zijn de haren op mijn hoofd alle geteld! Over ijver en zorg gesproken, zeg maar gerust: Liefde, want zó lief heeft God de wereld…
Het scheppingsverhaal komt ooit terug als een eeuwig refrein: “Eens zal op die grote morgen…” en God zag dat het goed was! Ik las op internet dat merels gemiddeld zes jaar worden. Dat betekent dat mijn merel daar al is!
Als ik vroeg wakker ben mis ik hem nog steeds…
Maar eens zal op die grote morgen,
bij het allereerste ochtendkrieken,
In de ijle ochtendlucht:
mijn merel,
mijn God, hoe mooi!