Geest-drift

Jona gezocht…

 

Jona 1 vers 1: “Het woord van de HEERE kwam tot Jona: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht.”
Vakantie in Frankrijk: we staan op een prachtige plek om ‘zondag te houden’: in het gras onder de bomen naast de kerk die op een steile heuvel midden in het dorp staat. Zodra het begint te schemeren staat de kerk in de floodlight, dan zie je vanuit het hele dorp die prachtig verlichte kerk! Wij staan gelukkig niet in die schijnwerpers, dan had het hele dorp gedacht: wat staat dáár nou naast de kerk? Wij zien het dorp dus van bovenaf: tientallen pannendaken. Vlakbij zag ik heel de avond de televisie aan staan en ik vroeg me af: hoe zou God van bovenaf op ons neerkijken? Wat zou Hij denken als Hij ons bezig ziet?
Vanochtend neusde ik wat rond en was benieuwd of er deze zondag een kerkdienst zou zijn. Ik schrok van de mededelingen op een papiertje naast de deur: doop kost 70 Euro, trouwen 200 en een mis 18 Euro, mits er meer gegadigden zijn. Voor belangstellenden stond er een 06-nummer bij. De tarieven zijn waarschijnlijk inclusief voorrijkosten van de dienstdoende geestelijke, want die is blijkbaar niet ter plekke aanwezig. Het greep me bij de keel: wat een armoe hier! Men gaat hier blijkbaar alleen nog naar de kerk voor de officiële handelingen, want dat hoort zo en oma wil het graag, of: je weet maar nooit waar het goed voor is… Ik heb vandaag minstens drie keer aan die kerkdeur gerammeld: is er echt de hele zondag niemand?
Zo kwam ik bij Jona 1 vers 1 terecht en vroeg me af: hoeveel Ninevieters, een raar woord, maar zo heten de inwoners van Ninevé, zijn er in Frankrijk, hoeveel in Nederland, hoeveel in Alblasserdam? Hoeveel zijn er in de straat, op je werk, op school? Hoeveel Ninevieters zijn er… ik durf het haast niet te zeggen… in de kerk?
Je voelt de bui misschien al hangen: God zoekt een heel leger Jona’s! Het liefst Jona’s die er niet tussenuit knijpen. Dat helpt tóch niet want dan grijpt God je hardhandig bij de kladden!
De oplossing zit verstopt in het spannende verhaal, dat ons vroeger op school al zo aansprak: Jona verbleef drie dagen en drie nachten in de vis. Dat slaat natuurlijk op Jezus, onze Verlosser en dat mogen wij, de nieuwe Jona’s van vandaag en morgen, dan ook verkondigen: Jezus leed, stierf, én stond op om voor ónze zonden te boeten en de dood te overwinnen!
Wat sprak mij in mijn kindertijd nou zo aan in die geschiedenis van Jona? Vooral de gedachte dat God álles kan en ons áltijd uit wat voor misère dan ook verlost. Ik zie het intussen wat genuanceerder: die liefde kan niet alleen van Gods kant komen. Mijn kinderlijk geloof was eerlijk, oprecht en voor honderd procent. Nu zijn er twijfels, mitsen en maren bijgekomen. Daarom mogen we de Ninevieters in onze omgeving voorzichtig benaderen. We moeten spreken over ‘wij’ want wij maken ook fouten! Wij zijn waarschijnlijk iets meer met het geloof bezig dan de bewoners van dit Franse dorpje, maar we zijn zeker geen perfecte gelovigen! Laten we vooral niet op onze lauweren gaan rusten omdat we het zo goed voor elkaar hebben! Dat dacht Jona ook en ging er op zijn gemak voor zitten om te zien hoe de inwoners van Ninevé gestraft gingen worden: eigen schuld, dikke bult? Nee dus!
Goddank mag ik besluiten met het belangrijkste vers van Jona dat wij ter harte moeten nemen én uit moeten dragen: “Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg berouw over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen en Hij deed het niet.”
En wij? Doen?
Jona of Ninevieter?
Prediken, of…