Vrede…
Lukas 2 vers 29-32: “Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die U bereid hebt voor de ogen van alle volken, een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken.”
Alle feestelijkheden, bijzondere kerkdiensten, kerstvieringen, gezellige maaltijden, oud en nieuw, nieuwjaarsborrels enzovoorts, zijn weer voorbij. De dagen zijn nog kort en het is donker weer. Vakanties zijn nog ver weg, het regent onophoudelijk en we keren weer terug naar de sleur van voorheen, kortom: de donkere dagen na de kerst!
Ik word er altijd een beetje weemoedig van: ‘de feestdagen’ zijn weer voorbij. Heeft het gebracht wat we verwachtten, of niet? Of verwachtten we er niets van? Dan is het nog treuriger! Misschien verwachtten we het verkeerde, dan is het ook niet best!
Ik heb een paar flarden van het WK voetbal in Qatar gezien. Het meest hilarische daarvan vind ik altijd de vrolijk beschilderde en uitgedoste voetbalsupporters van de verliezende partij: op het eerste gezicht in feeststemming, maar dat is een potsierlijke vermomming na verlies van hun ploeg: als je goed kijkt zie achter die zorgvuldig aangebrachte vrolijke façades treurige gezichten en soms zelfs tranen! Nu voel ik me als zo’n gedesillusioneerde voetbalfan! Wat wíllen we verwachten, wat móeten we verwachten, of wat mógen we verwachten?
Simeon was een gelovige man. Misschien dacht Paulus aan hem toen hij Hebreeën 11 begon met de woorden: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet. Hierdoor immers hebben de ouden een goed getuigenis gekregen.” Ik probeer me aan Simeon te spiegelen, maar dan schiet ik hopeloos tekort, maar zeg nou zelf: Simeon sprak heel devoot de gedenkwaardige woorden: “Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord…” Ja, kunst, Símon kon lekker kletsen: híj had Jezus in levenden lijve gezien, zelfs vastgehouden, dan kan ik het óók!
Ík heb Jezus tijdens Kerst niet gezien, niet echt ontmoet. Oké, mijn ‘feestdagen’ werden geteisterd door twee virussen, waarvan minstens één corona-variant, ik kwam amper de deur uit en daar kan ik slecht tegen, ik heb twee weken onafgebroken de regen als tranen langs de ramen zien stromen, maar afgezien daarvan, heb ik er wel genoeg moeite voor gedaan? Ik denk aan Jacob die worstelde met God in Genesis 32 vers 26: “Maar hij zei: Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent.” Jacob zette God in figuurlijke zin het mes op de keel! Mag ik dat? Durf ik dat? Kan ik dat? Wil ik dat?
Ik ben bang van niet. Ik ben eerder een ongelovige Thomas!
Ik vond al zoekend in Johannes 20 vers 29: “Jezus zei tegen hem: Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.”
Ik heb ook niet gezien, dus… maar soms…
Mijn God, waren dit nou ‘de feestdagen’?
Na veel worstelingen, vooral met mezelf, kwam ik uit op de woorden van Simeon…
maar dan in een worsteling, zoals Jacob met God, een dwingende Jacob:
Ik loop níet mank, zoals Jacob, maar toch…
Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord!
Goede God, hélp mij daarbij, anders wordt het niets!
Alleen om Jezus wil, mijn God!
PS: wordt vervolgd!