Geest-drift

Psalmen…

 

Psalm 51 vers 5 berijmd:
“Schep in mij, God, een hart dat leeft in 't licht,
geef mij een vaste geest, die diep van binnen
zonder onzekerheid U blijft beminnen,
verwerp mij niet van voor uw aangezicht.
Ontneem mij niet uw heilige Geest, o God,
laat in uw heil mijn hart zich nu verblijden,
en richt geheel mijn wil op uw gebod,
dan zal ik zondaars op uw wegen leiden.”
Dit vers zongen we laatst in de kerk: zo mooi, zo doorleefd, zo diepgaand! David schreef dit na zijn slippertje met buurvrouw Bathseba. De profeet Nathan had David met zijn neus op de feiten gedrukt. Lees de onberijmde Psalm maar eens, dan zie je dat het menens was!
Als kind van misschien een jaar of zes ging ik weleens met opoe Kommertje mee naar de Gereformeerde Gemeente. Daar zongen ze uit de psalmberijming van Petrus Datheen. Ik heb er laatst eens naar gegoogeld. Ik vond het deels lachwekkend en deels zelfs stuitend: zo simpel, als een slecht sinterklaasrijmpje. Ik zou het niet meer kunnen en willen zingen!
Ik denk er soms aan als we sommige onbekende opwekkingsliederen zingen. Ze zijn vaak een beetje knullig uit het Engels vertaald en komen niet altijd uit met de melodie.  Als ik het lied niet ken, houd ik mijn kiezen beschaamd op elkaar. Als er dan ook nog iets misgaat in de volgorde tussen de beamer en de muziek, want van opwekkingen weet je nooit hoe ze verlopen en wanneer ze eindigen, dan zwijg ik, God, vergeef het mij, geërgerd. Dan denk ik: zo kunnen we God toch geen eer toebrengen? Dat kan toch veel beter?
Het is geen algemene aversie, ik ken prachtige opwekkingsliederen die ik met hart en ziel zing en beleef, maar naar mijn gevoel zijn deze soms wat oppervlakkig, te veel ‘Halleluja prijs de Heer’. Ik mis vaak de worstelingen die ik in de Psalmen lees en die we toch allemaal doormaken. Ook in de Psalmen vind je Halleluja, bijvoorbeeld Psalm 150, Psalm 149 of Psalm 146. Als ik die uit volle borst zing met een uitbundig orgel erbij, dan word ik écht geraakt! Ik hoor graag een kerkorgel: het grootste en indrukwekkendste muziekinstrument ter wereld, hoe prachtig is het om daarmee heel ingetogen, of juist heel opgetogen te zingen!
Toch kunnen andere liederen me opbeuren, zoals bijvoorbeeld opwekking 42:
“ ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God, Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.
Hem heb ik lief, zijn vrede woont in mij, ‘k Zie naar Hem op en ‘k weet hij is mij steeds nabij.”
Prachtig, maar toch mis ik iets, ik zie alleen de opgepoetste kant van de medaille.
Neem nou bijvoorbeeld Psalm 13 vers 1:
“Hoe lang HEER, gaat Gij mij voorbij? Hoe lang verbergt Gij U voor mij?
Hoe lang maak ik vergeefse plannen, van dag tot dag in druk gevangen.
Gij toch, Gij zijt mijn zekerheid, Gij helpt en redt mij op Uw tijd.
Mijn hart juicht om Uw zegeningen. De HEER zal ik mijn loflied zingen.”
Met ups én downs, zó is het leven!
Prediker 3: “…een tijd om te huilen en een tijd om te lachen.”
Maar ooit… Wacht, ik weet er weer één! En dat hoeft niet altijd een Psalm te zijn:
Eens, als de bazuinen klinken!
En dan het orgel plankgas!