Geest-drift

Eens…


Zondag 22: Wat troost geeft het je dat we geloven dat ons lichaam eenmaal zal opstaan? Als ik sterf is mijn ziel direct bij Jezus in de hemel. Bij de wederkomst staat mijn lichaam op uit het graf. Het zal net zo heerlijk worden als het lichaam van Jezus. Dan mag ik helemaal en voor eeuwig bij Hem zijn.

 

Er hangt een prachtige foto bij ons in de kamer: de tjalk waarop ik geboren en getogen ben in actie nabij Willemstad. Er staat zeg maar een stijve bries, de tjalk duikt met zijn neus in een flinke golf en een waaier buiswater spat tot bijna boven de mast. De avondzon stond bijna recht vooruit en dat gaf een schitterende tegenlichtfoto. Weet je wat het mooiste wit is? Zout buiswater waar de zon op schijnt. Ja, daar klinkt wel wat weemoed in door. De foto is in 1959 gemaakt, ik was toen vijf jaar en ik weet het nog. Nee, niet vanwege dat buiswater, maar ome Jan, die op de stuurhut klom om die foto te maken, drukte met zijn knie per ongeluk een ruit kapot en dát weet ik nog.
Ik zit weleens over die foto te mijmeren: een zestigste seconde van 63 jaar geleden, gevangen in die foto. Waar zouden al die waterdruppels gebleven zijn? Ze vielen terug, stroomden naar zee, verdampten en vielen ergens weer uit de lucht, enzovoort. Waar zijn ze nu? In de Stille Zuidzee? Als waterdamp in een wolk boven het Amazonegebied? Als ijs in een Zwitserse gletsjer? Misschien heb ik er wel wat van gedronken en zit er een druppel van dat buiswater in mijn lijf! Maar hoe dan ook, in welke vorm dan ook: het is nog steeds water!
Zondag was het eeuwigheidszondag, ik noem dat dodenherdenking. De preek ging onder andere over zondag 22 uit de Heidelbergse Catechismus. De antwoorden daarin zijn niet uit theologische duimen gezogen: het is allemaal met Bijbelteksten onderbouwd, dus het is waar! De preek ging over het volgende: als we sterven, wordt ons lichaam begraven, zeg maar gezaaid. Althans: dat zijn wij als Christenen gewend: in navolging van onze begraven en opgestane Heer. Onze ziel gaat direct, “in een oogwenk” (1 Kor. 15 vers 52) naar de hemel, naar Jezus. Als Hij terugkomt en de graven openbreken, worden onze zielen en lichamen herenigd. Waar dat lichaam gebleven is dat doet er niet toe: begraven, verbrand, in zee verloren gegaan, het is net als met dat buiswater: het is nog steeds ergens, hoe dan ook, in welke vorm dan ook, achtergebleven, het is nog steeds mijn lichaam! en God weet het op de jongste dag te vinden: Ezechiël 37 vers 13: “Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven open en als Ik u uit uw graven doe oprijzen, Mijn volk”


Eens…

Geliefde van weleer: 
ik kan maar niet vergeten, 
ik mis je, moet je weten 
en dat doet toch zo’n zeer. 
 

Geliefde van weleer: 
bij wat ik mag beleven 
denk ik: was jij maar even… 
maar jij bent er niet meer. 
 

Geliefde van weleer: 
het is zo lang geleden, 
zegt men, maar jij blijft heden, 
de pijn neemt nooit een keer. 
 

Geliefde van weleer: 
eens gaan de graven open, 
de doden zullen lopen: 
zien wij elkander weer! 
 

Mijn Vader en mijn Heer, 
wilt U de pijn verzachten, 
help mij toch met het wachten… 
want eens komt Jezus weer!