Geest-drift

De langste dag…

 

Psalm 90 vers 4: “Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbijgegaan is, of als een wake in de nacht.”
Vannacht heeft ‘men’ in Brussel de klok een uur verzet. Of was het in Straatsburg? Ik weet uit ervaring dat dit een vervelende zondag wordt: ik weet met mijn tijd geen raad! Ik denk heel de dag: is het nu nog maar zó laat?
Zomertijd is een beetje zot: we doen net of het een uur vroeger is en met de Midden-Europese tijd lópen we al 39 minuten voor. Dat laatste hebben we, naar ik meen, aan de Tweede Wereldoorlog te danken. Het leuke is dat de natuur zich daar niets van aantrekt: de vogels gaan niet ineens een uur vroeger zingen als onze zomertijd ingaat. God ligt waarschijnlijk niet echt wakker van dat uurtje, dat lazen we al in Psalm 90.

Ik dus wel. Ik ben zowat een week van de leg! Wij hebben nog steeds een biologische klok in ons lijf, net als die vogels en alle andere dieren. Bij ons is er niet zo veel van over door de 24 uurs-economie die we elkaar opleggen, maar ik heb er altijd last van. Dan komt er nog een akkevietje bij, zeg maar in de familiesfeer, en de chaos in mijn hoofd is weer compleet.
Wij denken alles naar onze wil te kunnen manipuleren, zelfs de tijd, zelfs elkaar... zelfs God! Maar dat gaat niet en dat mag niet! Wij zijn ondergeschikt aan de Allerhoogste, Hij hoeft bij wijze van spreken maar met Zijn vingers te knippen en…
De dag des HEEREN, er was geen doorkomen aan! En dat is zonde…
Het is nu maandagochtend. Ik hoorde de klok slaan en dacht: het is zeven uur, ik ga eruit. Ik keek op de wekker: zes uur! Ook de nacht duurt lang! Dan ga ik vreselijk liggen dromen. Ik wil je mijn gedachten sparen die daarna door mijn hoofd wervelen. Dan heb ik een uur nodig om weer een beetje mens te worden.
Wat doen wij mensen elkaar aan? We hebben allemaal een gekleurde bril op, maar we zien het niet! Door die kleur heb ík gelijk en jíj niet! Sta ík in mijn recht en jíj niet!
Dit wordt een rommelige column. Ik kan er niets aan doen: mijn hoofd is rommelig, en mijn bril is nu donker gekleurd. Té donker: ik loop overal tegenaan. Maak je geen zorgen, ik zit nu nog in dat eerste uurtje maandagochtend. Het doet me denken aan mijn laatste ‘werkzame’ jaren. Dan ging ik ‘s morgens soms een geestelijk lied neuriën of zingen. Dat gaf een beetje moed. Een goed idee! Een ingeving van de Heilige Geest? Het kwam zo maar binnen: “Ik bouw op U.” Ik heb het opgezocht en ik heb erbij zitten janken, weet je dat?


Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.
Niet eenzaam ga ik op de vijand aan.
Sterk in Uw kracht, gerust in Uw bescherming. 
Ik bouw op U en ga in Uwe Naam.

 

Gelovend ga ik, eigen zwakheid voelend.

En telkens meer moet ik Uw kracht verstaan.

Toch rijst in mij een lied van overwinning.

Ik bouw op U en ga in Uwe Naam.

 

Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.
Gij voert de strijd, de huld' is U gewijd.
In 't laatste uur zal 'k zegevierend ingaan
in rust met U die mij hebt voortgeleid.

 

Dit ga ik vandaag zingen. Nee, neuriën of fluiten want ik ken de tekst niet uit mijn hoofd.
Dat is niet erg, want: “…evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.”
Goddank!