Rust…
Uit Mattheüs 19 vers 16-23: “Toen de jongeman dit woord gehoord had, ging hij bedroefd weg, want hij had veel bezittingen.”
Een triest verhaal van die jongeman. Hij had Jezus letterlijk binnen handbereik en toch koos hij voor het geld. Snap je dat nou? Dat is toch dom? Wij hadden dat natuurlijk heel anders aangepakt. Wij hadden voor Jezus gekozen.
Wat zeg ik nu? Wij? Wat hadden wíj gedaan? Nee, wat doen we nu! Met onze rijkdom, want die hebben we toch? Met Gods schepping, want die verkwanselen we toch? Die jongeman voelde al aan dat hij tekortschoot. Hij vroeg niet voor niets: “…wat ontbreekt mij nog?” Hij zag de bui al hangen. Zie jij de bui ook hangen? Lees dan vooral verder!
Ik heb op internet wat cijfers opgezocht: er worden per jaar 50 miljoen auto’s geproduceerd. Er worden 5 miljoen telefoons per dág gemaakt. Er zijn op dit moment 7,7 miljard mensen op deze aardbol, dat waren er in 1960 nog maar 3 miljard. We blazen mondiaal 27 miljard ton CO2 per jaar de atmosfeer in. Dat zijn toch onthutsende cijfers? Daar maak ik me zorgen om! Prins Claus heeft eens gezegd: “Wij lenen de aarde van onze kinderen.” Wat voor erfenis laten we voor hen achter?
Het is de vraag of de aarde al die monden wel kan voeden. Het lijkt van niet, want er zijn wereldwijd 840 miljoen ondervoede medemensen, maar te weinig voedsel? Twéé keer zoveel mensen kampen met overgewicht! Hoezo: wat ontbreekt mij dan nog? Dat is letterlijk: ikke, ikke en de rest kan stikken! Nu kan ik er niet meer omheen, nu kom ik bij óns terecht. Ja, precies: “…wat ontbreekt mij dan nog?” Kan ik echt niets meer doen, of laten?
Nog even over die 7,7 miljard mensen: het coronavirus is waarschijnlijk begonnen in een groezelige stad met twintig miljoen inwoners. De wereld wordt te vol, én de wereld wordt te klein: een weekendje Barcelona, een weekje New York, op vakantie naar het Verre Oosten, een paar uur rijden voor een verjaardag, want dat moet allemaal. De huizen worden steeds groter en de al of niet gebroken gezinnen steeds kleiner, want dat moet allemaal. Ik hoorde laatst een wethouder van ruimtelijke ordening in een weiland opgewonden uitkramen: “Dit is geen natuur, dit is gras en hier kunnen een heleboel woningen gebouwd worden!” Want dat moet allemaal. In Rotterdam zijn sinds de jaren 70 meer kerken gesloopt dan er tijdens het bombardement in 1940 vernietigd zijn. Wat is erger? En wat komt ervoor in de plaats? Torenflats van honderden meters hoog, want dat moet allemaal. Zijn wij niet bezig een nieuwe toren van Babel te bouwen? We moeten zoveel en nu strooit het coronavirus ineens zand in onze gesmeerde economie! Waarom?
Die jongeman ging bedroefd heen, want hij had veel bezittingen. Wij zíjn niet eens bedroefd, wij gaan fluitend heen, wij gaan hollend heen, want we moeten zoveel! Waar hollen we naar toe? Naar onze ondergang? Jezus had het over een kameel die moeilijk door het oog van een naald gaat. Daar laten we het toch niet op aankomen? Je kunt niet God dienen en de mammon!
Jezus’ laatste aanbeveling in dit verhaal is: “Kom dan en volg Mij.” Snap je het woordje ‘dan’, de voorwaarden die Hij stelt, voordat we Hem sowieso kúnnen volgen? Dat eist offers van ons. Is dat moeilijk? Misschien. Ik schreef een paar keer ‘dat moet allemaal’, maar er moet helemaal niets! Dat willen we zelf! Als we daar nu eens mee ophouden? Dan zegt Jezus: ”Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent en Ik zal u rust geven.”
Zou dat niet beter zijn? Rust in de wereld, rust in ons leven, rust in ons geloof, rust in God:
“… En kom dan en volg Mij”
Mattheüs 11 vers 29: “… en u zult rust vinden voor uw ziel.”