Geest-drift

Vakantie 2: Gak, gak…

 

Prediker 5 vers 14: “Zoals hij voortgekomen is uit de buik van zijn moeder, zal hij naakt terugkeren om te gaan zoals hij kwam. Hij zal van zijn zwoegen niets meenemen dat hij met zijn hand kan dragen.”
We staan op onze eerste pleisterplaats van de vakantie. Ik geef de locatie niet prijs, om een grote toestroom van campers te voorkomen: we willen dit exclusief en eigen houden.
Er hangen hier altijd een paar dozijn ganzen rond. Ze maken een vreselijk misbaar en gakken dat het een aard heeft. Ze zijn altijd bij elkaar, doen heel gewichtig en het lijkt of ze iets heel belangwekkends voor ogen hebben...
Ik weet niet of ze onderweg adresjes tegenkomen waar ze wat te eten krijgen, maar ze zijn altijd druk en onderweg. Die ene met de grootste knobbel op zijn neus is de baas: hij bepaalt de route die ze volgen.
Die gevederde medeschepsels doen me aan mensen denken: hoe druk en gewichtig doen ook wij! Hoeveel misbaar maken wij, met een grote knobbel op de neus! “IJdelheid der ijdelheden”, zegt de NBG-vertaling in Prediker: gebakken lucht, humbug, het lijkt heel wat, maar… Prediker houdt ons een spiegel voor. Een lachspiegel? Ik denk het niet! Prediker toont ons wat écht belangrijk is, én wat er niets toe doet!
Prediker 2 vers 11: “Toen richtte ik mijn aandacht op al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en het zwoegen waarmee ik had gezwoegd om ze tot stand te brengen. Zie, het was alles vluchtig en najagen van wind. Daar was geen voordeel onder de zon.”
Gaat het in het Bijbelboek Prediker alleen over gemopper en ongefundeerde kritiek? Zeker niet! Er staat ook beschreven hoe het wél moet! Om te beginnen: houd het simpel! In hoofdstuk 1 vers 18 staat: “Wie kennis vermeerdert, vermeerdert leed.” De oplossing is gelegen in een eenvoudig en kinderlijk geloof. Voeg daarbij tevredenheid of, nog beter: dankbaarheid, dan komen we al een heel eind! In prediker 9 vers 7 lees ik: “Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken.” Zie je dat? God schept al behagen in uw werken! Met andere woorden: we hoeven ons niet extra uit te sloven: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!
We maken nu een sprong naar de eerste zondag na de vakantie, om twintig over negen in de Ichthuskerk in Alblasserdam. De organist begint te spelen. Er hangen al een paar honderd mensen rond. Ze maken een vreselijk misbaar en gakken dat het een aard heeft. Ze zijn altijd bij elkaar, doen heel gewichtig en hebben een grote knibbel op hun neus: het lijkt of ze iets heel belangwekkends voor ogen hebben…
De ouderling die ons vanachter de microfoon welkom wil heten schraapt nog maar een keer zijn keel… Prediker 1 vers 8 en 9: “Alle dingen zijn zo vermoeiend, dat niemand het kan uitspreken. Het oog wordt niet verzadigd van zien, het oor wordt niet vol van horen. Wat geweest is, dat zal er weer zijn. Wat er plaatsvindt, dat zal weer plaatsvinden. Er is niets nieuw onder de zon.”
Begrijp je me nu?
Nee? Nog niet?
Dán moet je bovenaan opnieuw beginnen!
Gak, gak…