Held (twee)…
1 Samuel 17 vers 26: “Wie is deze onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te honen?”
Je kan alle kanten uit met dezelfde Bijbeltekst van vorige week, ik ben er nog niet klaar mee.
Ik dacht aan mijn opa Jantje Scherpenisse. Ik schreef een tijd geleden dat hij een voortvarend man was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren Duitse soldaten op een kwade dag van plan luchtafweergeschut op het voordek van opa’s scheepje te plaatsen. Opa riep: “Wegwezen hier, dat moordtuig komt niet op mijn schip!” De soldaten schrokken zich een hoedje en maakten dat ze met het schiettuig van boord kwamen. Opa was net zo’n held als David! Een andere keer zat er voor hem in de kerk een erg vervelend jong stel. Ze hadden meer aandacht voor elkaar dan voor de voorganger. Juist toen ze elkaar een zoen wilden geven hield opa zijn schipperspet tussen hun hoofden en ze durfden daarna de gehele kerkdienst geen vin meer te verroeren! Kijk, nu ben ik ongeveer waar ik naartoe wilde.
We kunnen nog veel meer actie ondernemen zoals David en opa, in onze directe omgeving. Hoe vaak horen we, net als David, maar dan op andere manieren dat onze God getergd wordt? Hoe vaak treden we ertegen op? Durven wij er wat van te zeggen? Ja, ik heb het alleen over zeggen, niet eens over doen! Een voorbeeld: Het is uit het toch zo puriteinse Amerika overgewaaid, je hoort het hier ook steeds vaker: “Oh, my God!” Het is een loze kreet, niemand staat erbij stil over Wie het gaat. Ik vind het vreselijk, het doet me zeer! Hoe vaak hoor je: “Jezus!” Ik zeg dan weleens: “Nee, ik ben Aad” We zouden ook kunnen vragen: “Weet je eigenlijk wel wat je zegt?” Of: “Ik vind het niet prettig dat je dat steeds roept.” Durven we dat? Of denken we gemakshalve: het helpt toch niet. Ik zal het niet over andere vloeken, schuttingwoorden of die vreselijke ziekte hebben, je weet wel wat ik bedoel!
We moeten elkaar helaas ook de vraag stellen of we nog het recht hebben om te protesteren: meer dan de helft van de Nederlanders gelooft niet meer in God. Door velen worden we aangezien voor een tanend groepje naïevelingen die nog in een al lang achterhaald sprookje geloven. Wij wanen ons veilig binnen de grenzen van de Biblebelt, maar ook in Alblasserdam zijn er in de laatste paar jaar al drie kerken gesloten. Er zij er intussen ook weer een paar ontstaan, maar dat noem ik geen winst...
Misschien worden we ooit in een reservaat gestopt, zoals de laatste nog overgebleven indianen in Amerika, of de Aboriginals in Australië. Dan komen er drommen Chinezen en Amerikanen met dure camera’s, tussen de Wallen en Kinderdijk door een excursie naar de Veluwe: “Kijk hier heb je nog een paar echte gelovigen!”
Maar dat pikken wij toch niet? Daar gaan wij toch zeker tegen in opstand komen? Wie zijn deze onbesneden Filistijnen wel, dat zij de gelederen van de levende God durven te honen?
We hoeven het niet alléén te doen, lees maar: Efeze 6 vers 14-16: “Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede. Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen. En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord.”
Duidelijk toch?
En wie is in dit verhaal de held?
Wacht, dit is grammaticaal fout, het moet zijn:
En Wie is in dit verhaal de Held?