Held…
1 Samuel 17 vers 26: “Wie is deze onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te honen?”
Er is een oorlog gaande in Europa. Zeg maar in onze achtertuin. Er worden mensen vermoord, huizen gebombardeerd, vredige levens vernietigd, gezinnen uiteengereten, familiebanden verbroken. Op hoeveel afstand? Pakweg een dagreis met de auto, zoiets als van huis naar onze vakantiebestemming. Of gaan we dit jaar toch maar weer vliegen? Nee, niet over Oekraïne, want een paar jaar geleden, weet je nog? En nu… Nee, dat is ons te link!
Ik dacht aan David. Hij had net als wij een vredig leven, hij als herder. Hij moest voor zijn vader naar zijn broers aan het front van net zo’n rotoorlog als in Oekraïne. Door zijn geïsoleerde herdersbestaan wist David misschien nergens van. Een krant las hij niet, hij keek om acht uur niet naar het Journaal. Toen hoorde hij Goliath, zag hij Goliath, en reageerde hij heftig, zie de Bijbeltekst hierboven. Wij hebben allemaal onze mening en uiten die heel vrijpostig tegen onze directe naasten, maar dan? “Tja, het is een moeilijke materie, we moeten Poetin niet tergen. Wie weet wat er dan gebeurt…”
David reageerde anders, voor iedereen die het horen wilde. David werd boos, David vond dat zijn God beledigd werd! Zijn wij ook zo getergd als David? Uiten wij in het openbaar onze boosheid omdat onze democratie en godsdienstvrijheid bedreigd worden, ook al geldt dit voorlopig alleen voor onze buren? De geschiedenis herhaalt zich: in 1936 waren in Duitsland de Olympische spelen, ter meerdere eer en glorie van Adolf Hitler. Een paar jaar later werd het menens en de rest van de wereld keek in eerste instantie onbewogen toe. Daarna werden er zes miljoen Joden vermoord en wat hoor(de) ik van de generaties voor mij? “We wisten het niet”, of: “We konden niets doen.” Wisten ze het niet of wilden ze het niet geloven? Kónden ze niets doen? Het zal niet geholpen hebben, maar in de beroemde Februaristaking deed een aantal mensen in elk geval iets! En zij die Joden hielpen met onderduiken, mensen die in het verzet actief waren: zij deden wat ze konden!
Maar wij? Wij storten geld voor goede doelen. Wij willen oude kleren inleveren, inzamelen, versturen, sommigen gaan zelfs vluchtelingen ophalen. Prachtig hoor, maar het enthousiasme neemt al af, zo las ik. Het nieuwtje is er een beetje af. De ellende die we op tv zien begint te wennen, we gaan het gewoon vinden. Is onze hulp een beetje zoals een modegril die weer overwaait?
Nog iets anders: we zijn of waren enthousiast om de Oekraïners te helpen, maar intussen zijn er nog een heleboel andere medemensen die van andere plaatsen uit verschrikkelijke omstandigheden weggevlucht zijn. Daar bemoeien we ons helemaal niet mee en die laten we gemakshalve maar even in de kou staan, anders wordt het ons te ingewikkeld! Medemenselijkheid: oké, maar het moet niet té veel moeite gaan kosten, en al helemaal geen geld: die benzine- en gasprijzen: er wordt al weken gesteggeld over sancties, want oei, we willen er niet voor in de kou zitten!
Ik weet trouwens nog een wapen: bidden! Doen we dat? In Mattheüs 7 vers 7 staat: “Bid, en u zal gegeven worden...” Het gebed is dus een sterk wapen! Doen we dat en geloven we daarin? Maar we moeten niet alleen bidden! De Benedictijnen wisten het al rond het jaar 500: Ora et Labora: bid en werk!
Laten we bidden én werken, dan worden we net zo’n held als David!