Uw Woord…
Psalm 119 vers 105: “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.”
Het zal wel minstens twintig jaar geleden zijn dat ik op een treinstation was. In mijn ‘loopbaan’ als schipperskind heb ik heel wat stations gezien: van Groningen tot Maastricht, van Brussel tot Izegem, om er maar eens een paar te noemen. Ik had nooit een hekel aan reizen, je zag nog eens wat en je kon intussen leuk ‘mensen kijken’. Ik keek ook naar de stationsklokken. Ik zag op internet dat die er nog steeds hetzelfde uitzien. Zij tikten allemaal de secondewijzer rond, stonden even stil op de twaalf, dan viel de grote wijzer een minuut vooruit en tikte de secondewijzer weer verder. Het signaal om de minutenwijzer te laten verspringen kwam van de moederklok, waardoor alle klokken precies gelijkliepen. Oké, er gaat wel eens iets mis bij de spoorwegen, maar de klokken lopen steeds op tijd!
Wat kunnen wij hier nu van leren? “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” Dat klinkt heel lieflijk en tevreden, of laat ik zeggen: dankbaar dat is beter, maar toch: het klinkt wel passief.
Het kan gevaarlijk zijn één vers uit de Bijbel apart te nemen. Na vers 105 komt uiteraard vers 106 en daar staat: “Ik heb gezworen, en ik zal het gestand doen: ik zal Uw rechtvaardige bepalingen in acht nemen.” Dat gaat over een belofte van ons aan God: dat Woord moeten wij onderzoeken! Nu kom ik weer bij die stationsklok: regelmatig even halthouden en je wijzers weer gelijkzetten met die Moederklok: Gods Woord, de Bijbel!
In de televisieserie ‘Floortje naar het einde van de wereld’ zag ik de Hollandse Manon die verliefd werd op een Keniaans stamhoofd en met hem trouwde. Ze leven midden in de wildernis, maar ze wil er niet meer weg. Haar zwarte echtgenoot was een paar keer met haar naar Nederland geweest. Hij zei: “Ik hoorde iedereen over stress en dacht eerst dat het over een ernstige ziekte ging zoals malaria of knokkelkoorts. Later begreep ik wat het betekende.” Hij vond dat wij te veel tegelijk doen: altijd druk! Hij merkte haarfijn op: “Jullie willen méér, maar geluk ligt juist in mínder.” Ze nemen daar de tijd, bijvoorbeeld ’s avonds bij een kampvuur: wat praten, wat zingen, eigenlijk niets doen, niets ‘productiefs’, hoewel…
Kunnen wij dat nog: een poosje ‘niets doen’, dat is juist zo nuttig en productief voor onze ziel!
Ik deed dat vroeger met de hond, maar helaas… Even niets en toch zoveel: tot jezelf komen, tot wezenlijke zaken komen, tot God komen! Ik kom weer bij mijn stokpaartje, mijn favoriete Bijbeltekst: “Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God.”
Begrijp me goed: ‘niets doen’ is niet genoeg, stil zijn wel, én intussen luisteren, lezen, onderzoeken. Ik dacht aan een zin uit het misschien wel meest bekende Bijbelverhaal: Lukas 2 vers 19: ”Maar Maria bewaarde al deze woorden en overlegde die in haar hart.”
Wat ik eigenlijk bedoel staat in dat mooie lied, je zou het een geloofsbelijdenis kunnen noemen:
Heer, U bent mijn leven, de grond waarop ik sta.
Heer, U bent mijn weg, de waarheid die mij leidt.
U woord is het pad, de weg waarop ik ga.
Zolang U mijn adem geeft, zo lang als ik besta.
Ik zal niet meer vrezen, want U bent bij mij.
Heer, ik bid U, blijf mij nabij.
Ga nu eens oefenen in het ‘niets doen’: nee, ook geen apps lezen, zelfs geen kerkapp! Zoek dit lied op, lees het helemaal en denk er eens over na.
Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God…